Toewijzing vergoeding kosten rechtsbijstand in Zambezi-zaak

06|04|2016

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op vrijdag 1 april 2016 de verzoeken tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand nagenoeg in zijn geheel toegewezen aan de ex-politici Ramonsito Booi en Burney El Hage, alsmede de vrouw van El Hage.

De zogenaamde Zambezi-zaak betrof een grootschalig onderzoek naar onder meer omkoping en ambtelijke corruptie. Vorig jaar werden de drie door het Gemeenschappelijk Hof vrijgesproken van fraude en witwassen en werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in haar vervolging wegens omkoping en ambtelijke corruptie. Het Gemeenschappelijk Hof bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van het Gerecht in Eerste Aanleg. Het door de procureur-generaal ingestelde cassatieberoep tegen de niet-ontvankelijkheidsuitspraak werd op 3 november 2015 door de Hoge Raad verworpen.

In de schadevergoedingsprocedure, ex artikel 648 jo. 649 Sv BES, had het Openbaar Ministerie verzocht om afwijzing van de door Booi en de El Hages gevorderde vergoeding voor rechtsbijstand, maar is daarin nu door het Gemeenschappelijk Hof in het ongelijk gesteld. Het Gemeenschappelijk Hof overwoog dienaangaande onder meer dat de drie verzoekers verdachten zijn geweest in een zaak die veel publiciteit heeft gekregen en die geheel in het teken stond van mogelijke corruptie in de bestuurlijke top van Bonaire. Dat verzoekers de keuze hebben gemaakt zich te doen bijstaan door Knoops’ advocaten was volgens het Gemeenschappelijk Hof een gerechtvaardigde keuze. "Er is sprake geweest van een uitgebreid en langdurig onderzoek’’, aldus het Gemeenschappelijk Hof. In het tegen de drie verzoekers gerichte onderzoek waren "kosten noch moeite, daaronder begrepen grootschalige inzet van capaciteit en expertise van politie en Openbaar Ministerie, gespaard."

Het Gemeenschappelijk Hof heeft geoordeeld dat het Booi en het echtpaar El Hage niet kan worden verweten of toegerekend dat zij kosten hebben moeten maken voor rechtsbijstand. Voor (ex-)politici ligt dat niet anders, aldus het Gemeenschappelijk Hof. "Het gaat te ver om het risico van strafvervolging te rekenen tot het normale beroepsrisico van een politicus, zoals de procureur-generaal lijkt te willen betogen. Daarvoor is een strafvorderlijk onderzoek, met alle daarin mogelijke, de privacy soms buitengewoon aantastende, opsporingmethoden, te ingrijpend." Het Gemeenschappelijk Hof overweegt voorts dat verzoekers aan het onderzoek hebben meegewerkt en dat er geen momenten zijn aan te wijzen waarop Booi en het echtpaar El Hage de noodzaak van verder onderzoek aan zichzelf te wijten hadden. "Ook daarin is geen reden gelegen de kosten van rechtsbijstand voor eigen rekening te laten. Het is voor wat betreft de procedure in hoger beroep eerder andersom. Zijdens het Openbaar Ministerie is in die procedure niet of nauwelijks gemotiveerd waarom het, uitgebreid beargumenteerde, oordeel van de eerste rechter geen stand kon houden. Het desondanks handhaven van het hoger beroep – met alle kosten van dien voor verzoekers- is mede een reden om de gemaakte kosten niet door verzoekers te doen dragen," aldus het Gemeenschappelijk Hof.

Daarnaast is het Gemeenschappelijk Hof van oordeel dat de verzoeken voldoende zijn onderbouwd en dat de opgevoerde kosten niet als bovenmatig zijn aan te merken. Over de wijze waarop Knoops’ advocaten de rechtsbijstand heeft vormgegeven concludeert het Hof: "Er was sprake van een (h)echt verdedigingsteam. Was dat buitensporig? Nee, in een zaak als deze die de Bonairiaanse gemeenschap zo intensief heeft bezig gehouden kan het niet buitensporig genoemd worden dat de verdediging alles uit de kast haalt om de belangen van de cliënt te dienen."

De zaak, die in totaal ruim zeven jaar heeft geduurd, heeft aanzienlijke gevolgen gehad voor Booi en het echtpaar El Hage. Naast de emotionele belasting heeft de strafvervolging een vernietigend, dan wel zeer negatief, effect gehad op de carrières van de drie. Zo verloor  El Hage zijn aanstelling als adviseur van het kabinet Balkenende-IV vanwege de verdenking jegens hem.

De Nederlandse Staat is hiervoor aansprakelijk, aldus het team van Knoops’ advocaten, en de toewijzing van de vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand is een eerste stap in de juiste richting. 

Prof. mr. G.G.J. Knoops
Mr. C.J. Knoops-Hamburger
Mr. J.A. Baaijens
Mr. P. Dingemanse

Knoops’ advocaten
Concertgebouwplein 25
1071 LM Amsterdam
Telefoon 020 470 51 51